+32
Terug thuis. We zijn geland. De steward heet ons welkom in Brussels International Airport. Het is 22.45. De vertraging valt uiteindelijk nog mee. Het is 6 graden buiten. Ja, inderdaad. Goed dat ik mijn winterjas bij de hand heb gehouden, ook al heeft het me een hoop meer sleurwerk gekost. Ook al heb ik ervoor het zweet op mijn voorhoofd moeten trotseren. Het is al donker. Een lichte bries die eerder iets weg heeft van de restanten van een zware storm. Een paar uur eerder was er ook een bries. Een zeebries. Een warme zeebries. Band 4 voor de baggage claim. Niet dat ik heb moeten stoppen om even naar de monitors te kijken. Gewoon de instinctieve kuddegeest op de menigte loslaten: 'ah ja, die zat ook op mijn vliegtuig...en die ook: het is band 4'. Waar stond de auto nu ook weer? Was het G45 of J414? Damn. Even denken. Waar ben ik drie dagen geleden ook weer langs gelopen? Wat heb ik mezelf toen nog gezegd? Ah ja, die loopbrug. En het derde zebrapad. Even friemelen in mijn portefeuille. Mijn parkeerticket. Neen, niet in de portefeuille, in de auto. Eerst naar de auto. De bagage kan al gerust worden ingeladen...ook al zou ik in mijn verstrooidheid in staat zijn mijn bagage nog eens heen en weer mee te nemen. Ben het geluid van die kleine rollende wielen nu toch gewoon. Geen file vanavond. Denk ik. Hoop ik. Komaan, toch niet op zondagavond? Wel? Neen, toch niet. Misschien dan een flitser op de E40? Neen, ook niet. Denk ik. Hoop ik. Toch niet op zondagavond?
De garagepoort smakt dicht. Mijn ogen zouden dat precies stilaan ook willen. Maar neen, nog even. Eerst de honger stillen. En daarvoor de bagage uit de auto halen. We zijn weer thuis. Even geen Spaans, Italiaans, Engels of Frans meer. Gewoon Nederlands. Gewoon een grote friet en twee kaaskroketten. Of toch liever stoofvlees? Laten we voor beiden gaan! Uiteindelijk zal ik in de drie gevallen sowieso teveel hebben. Uiteindelijk zal ik sowieso met een volle maag onder het vertrouwde donsdeken kruipen. Maar het doet er niet toe. Ik heb thuis. Mijn douche. Mijn zetel. Mijn warme choco. Mijn bed. En zo dadelijk mijn dromen. Die zijn er misschien wel altijd. Maar thuis smaken ze toch altijd net iets beter.
De garagepoort smakt dicht. Mijn ogen zouden dat precies stilaan ook willen. Maar neen, nog even. Eerst de honger stillen. En daarvoor de bagage uit de auto halen. We zijn weer thuis. Even geen Spaans, Italiaans, Engels of Frans meer. Gewoon Nederlands. Gewoon een grote friet en twee kaaskroketten. Of toch liever stoofvlees? Laten we voor beiden gaan! Uiteindelijk zal ik in de drie gevallen sowieso teveel hebben. Uiteindelijk zal ik sowieso met een volle maag onder het vertrouwde donsdeken kruipen. Maar het doet er niet toe. Ik heb thuis. Mijn douche. Mijn zetel. Mijn warme choco. Mijn bed. En zo dadelijk mijn dromen. Die zijn er misschien wel altijd. Maar thuis smaken ze toch altijd net iets beter.
No comments:
Post a Comment